Gedaan met laden. U bevindt zich op: Kinderarmoede

Kinderarmoede

De strijd tegen kinderarmoede is een prioriteit binnen het geheel van het Vlaamse armoedebestrijdingsbeleid.

Belang van de strijd tegen kinderarmoede

12,11% van het totaal aantal geboorten in Vlaanderen in de periode 2011-2013 vond plaats in een kansarm gezin, leert ons de kansarmoede-index van Kind en Gezin. Om armoede op een structurele manier aan te pakken en de generatiearmoede een halt toe te roepen, moeten we blijvend inzetten op de strijd tegen armoede van kinderen en van de gezinnen waarin ze opgroeien. De recente literatuur en het recent onderzoek rond kinderarmoede toont aan dat de periode tussen nul en drie jaar cruciaal is voor de ontwikkeling van intellectuele, emotionele en sociale vaardigheden van jonge kinderen en het doorbreken van de armoedespiraal. Achterstanden die voor de geboorte of in de eerst levensjaren ontstaan, zijn later niet meer in te halen.

Kinderarmoede en de aanpak ervan kunnen echter niet los gezien worden van de armoedesituatie en de aanpak ervan bij de gezinnen waarin deze kinderen leven. We moeten dus niet alleen inzetten op toegankelijke diensten voor het jonge kind, maar ook op onder meer de levensomstandigheden van (aanstaande) jonge ouders en een aangepaste omgeving waar kinderen gelukkig kunnen opgroeien.

Studio

In 2011 werd een STUDIO Kinderarmoede georganiseerd. In het verslag stellen experts een integrale aanpak van kinderarmoede in Vlaanderen voor vanuit de beginselen van

  1. ingrijpen op hefbomen;
  2. proactief beleid
  3. progressief universalisme.

Centraal staat een pleidooi voor meer integratie van het zorgaanbod en de verschillende beleidsdomeinen (belastingen en uitkeringen, huisvesting, voorschoolse zorg en educatie, gezondheid, ondersteuning van jonge aanstaande ouders op b.v. vlak van opleiding, tewerkstelling en de interne kant van armoede en sociale uitsluiting, …), en voor het werken op twee niveaus zodat een twee-generatiebeleid wordt gevoerd. U vindt hier het verslag van de Studio Kinderarmoede, 2011(PDF bestand opent in nieuw venster) en de aanbevelingen(PDF bestand opent in nieuw venster).

Business/societycase

Bij de goedkeuring van de bijsturing en het voortgangsrapport 2011-2012 van het VAPA 2010-2014, op 20 april 2012, vroeg de Vlaamse Regering aan de minister bevoegd voor de coördinatie van het armoedebeleid onder meer om een business/societycase rond kinderarmoede uit te werken. De case, gefinaliseerd door het Vlaams Armoedesteunpunt (VLAS) eind juni 2013, toont aan waarom inzetten op de strijd tegen kinderarmoede nodig en urgent is. Ze wijst op het belang van het investeren in de voorschoolse leeftijd.

Drie pijlers in de hulp- en dienstverlening worden als primordiaal aangehaald:

  1. kwaliteitsvolle maatschappelijke basisvoorzieningen;
  2. tewerkstelling;
  3. herverdeling en minimuminkomensbescherming.

Deze pijlers hangen bovendien samen; het is noodzakelijk dat aan alle pijlers gewerkt wordt vanuit eenzelfde visie. De societycase focust tenslotte nog op het belang van kwaliteit in basisvoorzieningen en de randvoordwaarden om deze te realiseren.

Aan de societycase is een businesscase gekoppeld, die wijst op de nood aan een paradigmawissel, een verschuiving van een curatieve naar een preventieve aanpak. Dit wordt niet alleen onderbouwd vanuit sociale rechtvaardigheid maar ook vanuit efficiëntieoverwegingen (”voorkomen is niet alleen beter dan genezen, het is ook goedkoper”).

U vindt hier de bijhorende publicatie Ongelijkheid begint in de wieg. Society Case over ‘Early Childhood Education and Care’(PDF bestand opent in nieuw venster) en de bijlage bij de societycase ‘De positieve effecten van voorschoolse voorzieningen voor kinderen in armoede’. (PDF bestand opent in nieuw venster)

Kinderarmoedebestrijding in Europa