Gedaan met laden. U bevindt zich op: VB 20031 - Inbreng in het gemeenschappelijk vermogen gevolgd door een schenking Vlaamse Belastingdienst

VB 20031 - Inbreng in het gemeenschappelijk vermogen gevolgd door een schenking

Voorafgaande beslissing
Nummer
20031
Datum beslissing
13 juli 2020
Publicatiedatum
24 september 2020

Heffing

  • Schenkbelasting

Wettelijke basis

  • art. 2.8.3.0.1. VCF
  • art. 2.8.4.1.1. VCF

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag heeft als voorwerp of de inbreng in de gemeenschap van aanwinsten van de heer X en mevrouw Y van drie vierden van een onroerend goed dat behoort tot het eigen vermogen van de heer X, onmiddellijk gevolgd door een schenking door beide echtgenoten aan hun zoon, zal worden beschouwd als fiscaal misbruik overeenkomstig artikel 3.17.0.0.2 VCF.

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

2. De aanvraag wordt ingediend door de geassocieerde notarissen […], met kantoor te […], namens :

  • De heer X, geboren te […] op xx.xx.1944, rijksregisternummer […], en zijn echtgenote,
  • Mevrouw Y, geboren te […] op xx.xx.1945, rijksregisternummer […],

samen wonende te […].

  • De heer A, geboren te […] op xx.xx.1970, rijksregisternummer […], wonende te […].

3. Het betrokken goed is een gebouw op en met grond en aanhorigheden gelegen te […] derde afdeling […] , gekadastreerd sectie B, nummer […], met een oppervlakte van 3 a 34 ca.

II. B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

4. De echtgenoten X en Y, zijn gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten, blijkens huwelijkscontract verleden voor notaris […] te […] op xx.xx.1966, gewijzigd bij akte verleden voor notaris […] te […] op xx.xx.1987[1] (toevoeging verblijvingsbeding en gift aan de langstlevende van het grootst beschikbaar deel in volle eigendom).

5. Het goed sub 3 hoort toe aan de heer X, als volgt :

  • de grond deels om deze te hebben verkregen bij schenking van zijn vader, de heer […], krachtens een akte verleden voor notaris […] te […] op xx.xx.1986, en deels ingevolge aankoop van de mevrouw […], mevrouw […] en mevrouw […], krachtens een akte verleden voor notaris […], voornoemd, op xx.xx.1986.
  • het gebouw om dit zelf te hebben laten oprichten.

6. Het gebouw (twee appartementen) werd opgericht door de echtgenoten X en Y met gemeenschappelijk geld in het jaar 1993. Het werd zonder verzaking aan het recht van natrekking opgetrokken.

7. In 2006 heeft X één vierde van het goed in volle eigendom[2] geschonken aan zijn enige zoon A, bij akte verleden voor notaris […] te […] op xx.xx.2006.

III. Motivering van de aanvraag

8. De niet-fiscale motieven zijn de volgende: het geschonken deel (één vierde in volle eigendom[3]) stemt overeen met de waarde van de grond (eigen goed van de vader), overeenkomstig een verklaring van partijen.

Het overige werd gefinancierd met gemeenschappelijk geld en zou dus logischerwijze moeten toebehoren tot de gemeenschap / een onverdeeldheid (bijvoorbeeld op grond van een accessoir opstalrecht).

9. Er wordt in het huwelijkscontract (zoals gewijzigd in 1987) geen vergoeding voorzien naar aanleiding van de bouw van de twee appartementen met gemeenschappelijk geld.

IV. Beslissing

10. Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

11. Doordat het gebouw werd opgericht op een eigen goed van de heer X en er geen verzaking aan het recht van natrekking was, behoort het goed sub 3 (grond en gebouw) tot het eigen vermogen van de heer X. Dit blijkt trouwens uitdrukkelijk uit de schenkingsakte dd. xx.xx.2006 verleden voor notaris […].

12. In de omzendbrief VLABEL/2015/1 van 16 februari 2015 worden volgende rechtshandelingen als fiscaal misbruik beschouwd, tenzij de belastingplichtige bewijst dat de keuze voor de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen verantwoord is door andere dan fiscale motieven:

“Inbreng van een goed in het gemeenschappelijk vermogen door één echtgenoot onmiddellijk of binnen een korte tijdspanne gevolgd door de schenking van dit goed door beide echtgenoten (gaat in tegen de heffingsgrondslag en de progressiviteit van de artikelen 2.8.3.0.1, §1 en 2.8.4.1.1, §1 en §2 VCF).

Er kan worden vermoed dat de inbreng van een goed in het gemeenschappelijk vermogen door één echtgenoot onmiddellijk of binnen een korte tijdspanne gevolgd door de schenking van dit goed door beide echtgenoten aan bv. hun enig kind enkel gebeurt om de progressiviteit van de schenkbelasting te ontwijken; dat het bekomen van een aanzienlijke belastingbesparing de enige beweegreden is voor de keuze van de betrokken rechtshandeling. Degelijke constructie gaat in tegen de artikelen 2.8.3.0.1, §1 en 2.8.4.1.1, §1 en §2 VCF. Er is bijgevolg sprake van fiscaal misbruik in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF.

De belastingplichtige dient te bewijzen dat de keuze voor de inbreng in het gemeenschappelijk vermogen voorafgaand aan de schenking, verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van hogere schenkbelastingen.

Indien de belastingplichtige dit bewijs niet levert, dient de schenkbelasting te worden geheven alsof de inbreng niet had plaatsgevonden, m.a.w. berekening van de schenkbelasting op de schenking door de inbrengende echtgenoot aan het kind voor de geheelheid van het goed.”.

13. Door het onroerend goed kort voor de schenking in te brengen in het gemeenschappelijk vermogen wordt ingegaan tegen de artikelen 2.8.3.0.1,§1 en 2.8.4.1.1, §1 en §2 VCF, m.n. de progressiviteit in de schenkbelasting.

14. De anti-misbruikbepaling van artikel 3.17.0.0.2 VCF zal worden toegepast aangezien de partijen niet op afdoende wijze aantonen dat de verrichtingen ingegeven zijn door andere dan fiscale motieven.

15. Het gebouw dat opgericht werd op het eigen goed van de heer X dateert reeds van 1993. Niets belette de partijen om het goed reeds eerder in te brengen in het gemeenschappelijk vermogen om de juridische realiteit in overeenstemming te brengen met de feitelijke realiteit.

16. De vergoedingsregeling en/of schuldvorderingsregeling tussen echtgenoten is geen valabel argument om het vermoeden van fiscaal misbruik te weerleggen.

17. Bijgevolg zal de schenkbelasting worden geheven alsof de inbreng niet heeft plaatsgevonden


Deze beslissing heeft alleen betrekking op registratiebelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen.

Voetnoten

[1] Uit de stukken blijkt dat de echtgenoten in de akte dd. xx.xx.1987 verleden voor notaris […] en gehomologeerd bij vonnis REA te […] op xx.xx.1987, hebben geopteerd voor het wettelijk stelsel met een verblijvingsbeding en een clausule van contractuele erfstelling t.v.v. mevrouw Y.

[2] Uit de stukken blijkt dat door de heer X ¼ blote eigendom met voorbehoud van vruchtgebruik t.v.v. de schenker (i.p.v. ¼ volle eigendom) werd geschonken.

[3] Zie voetnoot 2