Terug naar overzicht

Wolvenplan Vlaanderen

De Europese grijze wolf werd op het einde van de 19de eeuw uitgeroeid in België. De laatste jaren waren er sporadisch al enkele waarnemingen van zwervende individuen in Wallonië. In januari 2018 was de eerste bevestigde nieuwe aanwezigheid in Vlaanderen ook een feit. Het betreft de ondertussen bekende wolvin Naya, die in Duitsland van een zender was voorzien en zich (voorlopig) vestigde in de provincie Limburg. Een tweede wolf – een jong mannetje – werd in maart 2018 doodgereden op een weg in het Limburgse Opoeteren. Dit tweede geval maakt meteen ook de uitdagingen duidelijk voor soortbescherming in het door infrastructuur sterk versnipperde Vlaanderen.

De aanwezigheid van de wolf in Vlaanderen zal niet bij één exemplaar blijven, gezien de expansie van de soort over heel Europa. Omdat zijn aanwezigheid confrontaties kan veroorzaken (bv. schade aan vee) en omdat het een beschermde diersoort is, moet het wolvenplan tegemoetkomen aan de nood om voorbereid te zijn op deze nieuwe situatie en de mogelijke gevolgen ervan. Globaal gezien willen we het samenleven met wolf maximaal organiseren en mogelijk maken.

In het wolvenplan onderscheiden we twee grote delen:

-     Een beschrijvend deel met relevante ecologische en juridische duiding en een maatschappelijke analyse (hoofdstukken 6 tot 8). We steunen hier globaal op standaardwerken over de wolf, bestaande wolvenplannen en ervaring uit het buitenland, aangevuld met specifieke literatuur waar wenselijk of nuttig.

-     Een actiegericht deel rond communicatie, vaststelling en beoordeling van mogelijke waarnemingen en schadegevallen, schadepreventie en -vergoeding, wetenschappelijk onderzoek, alsook bescherming en instandhouding (hoofdstukken 9 tot 13). Verder bevat dit deel ook een beschrijving van de mogelijke rollen van en samenwerking met actoren (hoofdstuk 14) met als actiepunt de opstart en het operationaliseren van een ‘Platform wolf’ en bijhorende werkgroepen. Tenslotte toont hoofdstuk 15 een bundeling van 31 voorgestelde acties.

Het wolvenplan gaat er momenteel vanuit dat de acties financieel gezien opgenomen kunnen worden binnen het reguliere beleid. Voor schade bestaat de schaderegeling waarvoor recent al initiatieven voor een wijziging van het Soortenschadebesluit werden genomen; voor communicatie- en andere acties maken we gebruik van de kanalen die er zijn bij Vlaamse overheidsadministraties en bij actoren. 

Het antwoord op nog deels openstaande vragen (bv. hoeveel wolven er in Vlaanderen kunnen leven, de mogelijke problematiek rond hybridisatie, eventuele steun voor preventieve maatregelen) zal in de komende jaren gaandeweg gegeven kunnen worden. Uitgangspunt hierbij is dat de Vlaamse context zeer specifiek is (bevolkingsdichtheid, versnippering, infrastructuren, verweving landbouw-natuur, bestaade natuuroppervlakte,…) waardoor het niet mogelijk is vandaag al correcte aannames te doen op basis van de huidige ervaringen in buurlanden.

Details

Aantal pagina's 84
Type Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Categorie Onderzoek
Taal Nederlands
Bibtex

@misc{ab0064c6-14eb-4112-9f46-f79a8fe2c3e8,
title = "Wolvenplan Vlaanderen",
abstract = "

De Europese grijze wolf werd op het einde van de 19de eeuw uitgeroeid in België. De laatste jaren waren er sporadisch al enkele waarnemingen van zwervende individuen in Wallonië. In januari 2018 was de eerste bevestigde nieuwe aanwezigheid in Vlaanderen ook een feit. Het betreft de ondertussen bekende wolvin Naya, die in Duitsland van een zender was voorzien en zich (voorlopig) vestigde in de provincie Limburg. Een tweede wolf – een jong mannetje – werd in maart 2018 doodgereden op een weg in het Limburgse Opoeteren. Dit tweede geval maakt meteen ook de uitdagingen duidelijk voor soortbescherming in het door infrastructuur sterk versnipperde Vlaanderen.

De aanwezigheid van de wolf in Vlaanderen zal niet bij één exemplaar blijven, gezien de expansie van de soort over heel Europa. Omdat zijn aanwezigheid confrontaties kan veroorzaken (bv. schade aan vee) en omdat het een beschermde diersoort is, moet het wolvenplan tegemoetkomen aan de nood om voorbereid te zijn op deze nieuwe situatie en de mogelijke gevolgen ervan. Globaal gezien willen we het samenleven met wolf maximaal organiseren en mogelijk maken.

In het wolvenplan onderscheiden we twee grote delen:

-     Een beschrijvend deel met relevante ecologische en juridische duiding en een maatschappelijke analyse (hoofdstukken 6 tot 8). We steunen hier globaal op standaardwerken over de wolf, bestaande wolvenplannen en ervaring uit het buitenland, aangevuld met specifieke literatuur waar wenselijk of nuttig.

-     Een actiegericht deel rond communicatie, vaststelling en beoordeling van mogelijke waarnemingen en schadegevallen, schadepreventie en -vergoeding, wetenschappelijk onderzoek, alsook bescherming en instandhouding (hoofdstukken 9 tot 13). Verder bevat dit deel ook een beschrijving van de mogelijke rollen van en samenwerking met actoren (hoofdstuk 14) met als actiepunt de opstart en het operationaliseren van een ‘Platform wolf’ en bijhorende werkgroepen. Tenslotte toont hoofdstuk 15 een bundeling van 31 voorgestelde acties.

Het wolvenplan gaat er momenteel vanuit dat de acties financieel gezien opgenomen kunnen worden binnen het reguliere beleid. Voor schade bestaat de schaderegeling waarvoor recent al initiatieven voor een wijziging van het Soortenschadebesluit werden genomen; voor communicatie- en andere acties maken we gebruik van de kanalen die er zijn bij Vlaamse overheidsadministraties en bij actoren. 

Het antwoord op nog deels openstaande vragen (bv. hoeveel wolven er in Vlaanderen kunnen leven, de mogelijke problematiek rond hybridisatie, eventuele steun voor preventieve maatregelen) zal in de komende jaren gaandeweg gegeven kunnen worden. Uitgangspunt hierbij is dat de Vlaamse context zeer specifiek is (bevolkingsdichtheid, versnippering, infrastructuren, verweving landbouw-natuur, bestaade natuuroppervlakte,…) waardoor het niet mogelijk is vandaag al correcte aannames te doen op basis van de huidige ervaringen in buurlanden.

",
author = "Joris Everaert and Dries Gorissen and Koen Van Den Berge and Jan Gouwy and Joachim Mergeay and Caroline Geeraerts and Ann Van Herzele and Marie-Laure Vanwanseele and Bram D'hondt and Koen Driesen",
year = "2018",
month = jan,
day = "01",
doi = "https://doi.org/10.21436/inbor.15109973",
language = "Nederlands",
publisher = "Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek",
address = "België,
type = "Other"
}

Auteurs

Joris Everaert
Dries Gorissen
Koen Van Den Berge
Jan Gouwy
Joachim Mergeay
Caroline Geeraerts
Ann Van Herzele
Marie-Laure Vanwanseele
Bram D'hondt
Koen Driesen