ready. You are currently on: Population by educational attainment level Education and training

Population by educational attainment level

Published on 24 June 2025 • Next update: May 2026
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Bijna 48% van 25- tot 64-jarigen is hooggeschoold

In 2025 was 12,4% van de 25- tot 64-jarigen in het Vlaamse Gewest kortgeschoold, 39,9% middengeschoold en 47,7% hooggeschoold. Kortgeschoolden zijn personen zonder een einddiploma van het secundair onderwijs. Middengeschoolden hebben het secundair onderwijs of het post-secundair niet-hoger onderwijs met succes afgewerkt. Hooggeschoolden beschikken over een diploma hoger onderwijs.

Het aandeel kortgeschoolden daalde tussen 1999 en 2025 van 42,3% naar 12,4%. Tegelijk nam het aandeel middengeschoolden toe van 32,5% naar 39,9% en het aandeel hooggeschoolden van 25,2% naar 47,7%.

Vrouwen, werkenden en 25- tot 34-jarigen vaker hooggeschoold

Vrouwen zijn vaker hooggeschoold dan mannen. In 2025 was 53,1% van de vrouwen hooggeschoold tegenover 42,4% van de mannen. Daartegenover staat dat 13,5% van de mannen en 11,3% van de vrouwen kortgeschoold zijn.

Het aandeel hooggeschoolden verschilt duidelijk naar leeftijd. Zowel bij 25- tot 34-jarigen (53,5%) als bij 35- tot 54-jarigen (49,4%) was in 2025 ongeveer de helft hooggeschoold. Bij 55- tot 64-jarigen lag dat aandeel op 39,5% . In die laatste leeftijdsgroep was 17,4% kortgeschoold. Bij 25- tot 34-jarigen (8,4%) en 35- tot 54-jarigen (11,7%) lag het aandeel kortgeschoolden duidelijk lager.

Iets meer dan de helft (53,4%) van de werkenden tussen 25 en 64 jaar was in 2025 hooggeschoold. Bij de personen die werkloos zijn, was 39,6% hooggeschoold. Bij de niet-beroepsactieven (mensen die niet werken en die ook niet actief op zoek zijn naar een job) was 22,0% hooggeschoold. Omgekeerd was bij de werkenden 8,2% kortgeschoold. Bij de werklozen was dat 19,6% en bij de niet-beroepsactieven 31,5%.

Personen die geen hinder ervaren tijdens hun dagelijkse activiteiten wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem zijn vaker hooggeschoold dan personen met hinder. In 2025 was 49,2% van de personen zonder hinder hooggeschoold tegenover 30,0% bij personen met hinder. Bij personen zonder hinder was 10,4% kortgeschoold tegenover 23,7% bij personen met hinder.

Ten slotte verschilt het opleidingsniveau ook naar geboorteland. In 2025 was 49,8% van de personen geboren in België hooggeschoold. Bij personen geboren in een ander land van de Europese Unie (EU27) lag dat aandeel lager (43,5%). Bij personen geboren buiten de EU was dat 36,9%. Omgekeerd lag het aandeel kortgeschoolden bij personen geboren buiten de EU (30,4%) duidelijk hoger dan bij personen geboren in België (9,6%) of in een ander EU-land (14,3%).

Meer hooggeschoolden in Vlaams Gewest dan gemiddeld in Europese Unie

Het aandeel hooggeschoolden in het Vlaamse Gewest (47,7%) lag in 2025 tussen het aandeel van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (56,9%) en het Waalse Gewest (43,4%) in. In België in zijn geheel ging het om 47,5%.

In de Europese Unie (EU27) was in 2025 gemiddeld meer dan 1 op de 3 inwoners hooggeschoold (36,9%). In het Vlaamse Gewest lag dat aandeel hoger. Er zijn op dit vlak grote verschillen tussen de EU-landen. In Ierland was ruim de helft van de bevolking (58,7%) hooggeschoold. In Roemenië lag dat aandeel op 19,5%.