Publicatiedatum: 2025-03-17T10:00:00+01:00
De visindex score varieert al naargelang de saliniteitzone. De ecologische kwaliteit in het zoetwatergetijdegebied (Temse-Merelbeke) scoort in 2024 minder goed dan in voorgaande jaren en haalt in 2024 zelfs een ‘slechte kwaliteit’. De stroomafwaarts gelegen zwak brakke en brakke zone scoren beter dan in 2023. De visindex in de zwak brakke zone stijgt zelfs een klasse en we stellen hier, na jaren van een een overwegende ‘ontoereikende kwaliteit’ een ‘matige kwaliteit’ vast.
Figuur 1: evolutie van de visindex in de drie saliniteitzones van de Zeeschelde. De blauwe stippellijnen begrenzen de EQR klassen (of Ecological Quality Ratio): score <0,25 = slecht, van 0,25 tot <0,50 = ontoereikend, van 0,50 tot <0,75 = matig, van 0,75 tot <1 = goed ecologisch potentieel, 1= maximaal ecologisch potentieel.
Voor de evaluatie van het visbestand in de Zeeschelde werd een zone-specifieke visindex ontwikkeld. De visindex betreft een geïntegreerde score van de ecologische kwaliteit van het visbestand weer ten opzichte van een referentiesituatie. De indexwaarde wordt omgerekend naar een score (EQR of Ecological Quality Ratio) die kan variëren tussen 0 (slecht) en 1 (Maximaal Ecologisch Potentieel).
Vanaf 2010 stellen we voor de zoetwaterzone een sterke stijging vast van de EQR tot in 2020. We noteren dan vooral in de zoetwaterzone een kwaliteitstoename wat resulteerde in het behalen van het ‘goed ecologisch potentieel’ (GEP) vanaf 2012, m.u.v. de matige kwaliteit in 2016, 2017 en 2021. Vanaf 2022 wordt hier opnieuw slechts een ‘ontoereikende kwaliteit’ behaald. In 2024 zelfs ‘een slechte kwaliteit’.
In 2024 vingen we 12 referentiesoorten in de zoetwaterzone. Het aantal gevangen individuen per fuikdag scoort minder goed dan in 2023. Het relatief percentage diadrome vissen, gespecialiseerde paaiers, piscivoren en benthische soorten scoren anno 2024 nog lager dan in 2023 zodat in deze zone een ‘slechte kwaliteit’ wordt gehaald.
In de zwak brakke zone vingen we in 2024 16 referentiesoorten. Het aantal gevangen individuen is toegenomen in vergelijking met dat van 2023 (117/fuikdag naar 503/fuikdag), deze metriek scoort dan ook heel goed. De metriek intolerante species scoort anno 2024 het laagst maar haalt dezelfde score als in 2023. De overige metrieken scoren allemaal beter dan in 2023. De uiteindelijke EQR in 2024 is zo met een klasse verhoogd naar een ‘matige kwaliteit’.
In de brakke zone vingen we in 2024 11 referentiesoorten. De metrieken diadrome soorten en intolerante species scoren een ‘ontoereikende kwaliteit’. De overige metrieken scoren iets beter, maar toch haalt de totale EQR in deze zone slechts 0,46 of ‘ontoereikende kwaliteit’. In 2023 was dat met een score van 0,38 iets lager. In 2022 werd in deze zone de ‘matige kwaliteit’ gehaald.
Diadrome soorten (= vissen die tussen zoet en zout water migreren om naar hun paaiplaats te gaan) zijn algemeen aanwezig in de Zeeschelde. Diadrome soorten zoals fint en spiering gebruiken het zoetwatergebied van het estuarium als paaihabitat terwijl paling het estuarium als opgroeigebied gebruikt en de Zeeschelde verlaat om te paaien in de Sargasso zee.
Publicatiedatum: 2025-03-17T10:00:00+01:00
De visindex wordt berekend op basis van een aantal meetgegevens of metrieken die verband houden met 1) soortensamenstelling en -rijkdom, 2) trofische samenstelling, 3) hoeveelheid vis en conditie van het visbestand. Zo zal bij een verstoring van het aquatische milieu het aantal soorten in de visgemeenschap afnemen, de gevoelige soorten verdwijnen, terwijl het aantal individuen van tolerante soorten toeneemt. Iedere metriek wordt beoordeeld en gescoord ten opzichte van een referentie. In elke saliniteitszone gelden andere metrieken en grenswaarden die geselecteerd zijn op basis van modellering, correlatieanalyses en ecologische relevantie (Breine et al., 2010).
De som van de metriekscores geeft de waarde van de index voor biotosche integriteit of IBI. De waarde van de index kan variëren afhankelijk van het aantal metrieken. Om de IBI (0-6) om te zetten naar een EQR (score tussen 0 en 1) wordt volgende formule gebruikt:
EQR= OGT + (IBI-OGNT)/(BGNT-OGNT)*0,25
Met OGT= getransformeerde ondergrens van de IBI, OGNT = niet getransformeerde ondergrens en BGNT = niet getransformeerde bovengrens. De grenzen zijn als volgt vastgelegd:
OGT | OGNT | BGNT |
---|---|---|
0 | 0 | <2,4 |
0,25 | 2,4 | <3,6 |
0,5 | 3,6 | <4,8 |
0,75 | 4,8 | <6 |
en de relatie tussen de EQR en de kwaliteitsbeoordeling in de Kaderrichtlijn Water is als volgt:
EQR | Klassegrenzen | Kaderrichtlijn |
---|---|---|
1 | [1] | MEP |
≥ 0,75 | [0,75-1[ | GEP |
≥ 0,50 | [0,5-0,75[ | matig |
≥ 0,25 | [0,25-0,5[ | ontoereikend |
< 0,25 | [0-0,25[ | slecht |
Volgens Breine et al. (2010) worden er bij de validatie mits toelating van een kleine type I of II fout, 94% van de locaties correct beoordeeld.
Broncode indicator: visindex_zeeschelde.Rmd
Broncode metadata: metadata_visindex_zeeschelde.Rmd
Beschrijving | Gegevens | Metadata |
---|---|---|
Basisdata | visindex_zeeschelde.csv | visindex_zeeschelde.yml |