EVC-traject voor beroepskwalificatie kelner
Inhoud beroep
De kelner ontvangt de gasten, stelt gerechten en dranken voor, neemt bestellingen op, geeft die door aan het bar- of keukenpersoneel, serveert de dranken en/of gerechten, werkt ze eventueel af aan tafel, maakt de rekening op en rekent af.
Beroepsbeoefenaars zijn onderhevig aan de Europese meldingsplicht van overdraagbare ziekten voor personen die in aanraking komen met levensmiddelen. Ziekte of symptomen en indien mogelijk de oorzaken ervan moeten daarom onmiddellijk gemeld worden aan de exploitant.
De kelner:
- noteert de reservaties;
- stelt de zaal en de office op en maakt tafels klaar voor de dienst;
- maakt het terras klaar voor de dienst;
- onthaalt de gast bij aankomst in het restaurant, wijst hem een tafel toe en biedt de kaart aan;
- adviseert de gast bij de keuze van gerechten volgens zijn/haar smaak en de dagsuggestie en neemt de bestelling op;
- biedt de drankenkaart aan, adviseert de gasten en neemt de bestelling op;
- bereidt eenvoudige/complexe warme en koude dranken;
- dient de dranken en gerechten op in de zaal;
- werkt gerechten af;
- int de betaling voor de consumptie.
Info EVC-traject
In de EVC-standaard kelner(PDF bestand opent in nieuw venster) vind je gedetailleerde info over het EVC-traject.
Als je bij een EVC-testcentrum je ervaring als kelner wil aantonen, doe je dat aan de hand van een praktijkproef en een criteriumgericht interview.
De instructietaal bij de proeven is het Nederlands.
Er zal getest worden of je:
- minimum 3 reservaties kunt noteren;
- de voorbereidende werkzaamheden in de zaal kunt uitvoeren;
- minimum 6 gasten kunt onthalen en bedienen, waaronder minimum 1 anderstalige gast;
- de volgende dranken kunt bereiden:
- minimum 1 eenvoudige koude drank (1 bier);
- minimum 2 complexe koude dranken (1 cocktail of mocktail, 1 wijn), minimum 1 eenvoudige warme drank (1 koffie of thee);
- minimum 2 complexe warme dranken (1 koffievariatie met melk, 1 koffievariatie met alcohol);
- het restaurant en het terras hygiënisch kunt houden;
- de kassa kunt bedienen en controleren;
- het bedienend personeel kunt aansturen;
- met een klacht van een gast kunt omgaan (koud geworden drank of gerecht, gerecht is niet lekker, foutieve bestelling);
- met een probleem bij de bereiding van een drank of gerecht kunt omgaan (foutieve levering uit de keuken, voorraadtekort, fout van een collega …).